Indicaties voor een echo

De vitaliteits echo

Deze echo, rond  7-8 weken (8e_week), maken we om te bepalen of de zwangerschap intact is, dus of we een vruchtje met een kloppend hart zien, of het vruchtje zich in de baarmoeder bevindt en of het een één- of meerling is. Het vruchtje is bij deze termijn nog heel klein en vaak is nog niet echt de vorm van een kindje te herkennen. De vitaliteitsecho wordt alleen op indicatie vergoed door de zorgverzekeraar. Mocht je niet voor vergoeding in aanmerking komen, dan mag je toch voor deze echo kiezen en hoef je hier niet voor te betalen.

De termijn echo

Bij deze echo, tussen 10-12 weken (11e_week),  meten we het kindje om de exacte duur van de zwangerschap te bepalen. Aan de hand van deze meting wordt de definitieve uitgerekende datum vastgesteld. Deze echo’s zijn niet bedoeld om afwijkingen op te sporen, die zijn bij deze termijn nog niet goed te bepalen

De screenings echo’s

Het Structureel Echosopisch Onderzoek (SEO), bedoeld om te kijken naar aangeboren afwijkingen.

Deze echo’s worden gemaakt in het Echocentrum Espérance door speciaal opgeleide echoscopistes. Je mag hiervoor een “uitstapje” maken naar Arnhem-zuid, waar de hoofdlocatie is, of naar een van de dependances in Lent of Zevenaar.

 

  • 13 weken echo

Eerste Trimester Structureel Echoscopisch Onderzoek: ETSEO. Tussen 12+3 en 14+3 weken (13 wekenecho) (13e_week)

Deze echo wordt tussen de 12+3 en 14+ 3  weken zwangerschap gemaakt en duurt  ± 30 minuten. Het kindje is nu ongeveer 7 cm en weegt ongeveer 25 gram. Het onderzoek lijkt erg op de 20 weken echo. Tijdens deze echo wordt bij het kindje gekeken naar afwijkingen aan de organen. Wordt er iets afwijkends gezien dan zal de aard en ernst van de afwijking niet altijd direct duidelijk zijn, er zal dan verder onderzoek plaats moeten vinden. Dit kan wat tijd kosten en veel onzekerheid met zich meebrengen. Als er een diagnose gesteld is kan bekeken worden welke eventuele extra zorg er nodig is voor dit kindje in de zwangerschap en tijdens of na de bevalling. Bij een ernstige afwijking kan soms zwangerschapsbeëindiging overwogen worden, dit is in Nederland mogelijk tot 24 weken zwangerschap.

Van belang is om te weten dat deze echo geen garantie biedt op een gezond kind, niet alle afwijkingen kunnen op een echo gezien worden, zeker niet als het kindje nog zo klein is. En er zijn ook afwijkingen die pas later ontstaan.

Het kan zijn dat de echoscopiste bij de 13 weken echo niet alles goed kan beoordelen, bijvoorbeeld door een ongunstige ligging van de baby of door een wat zwaarder postuur van de zwangere. Je hoeft dan niet terug te komen. De baby wordt opnieuw beoordeeld tijdens de 20 weken echo.

 

  • 20 weken echo

Tweede Trimester Structureel Echoscopisch onderzoek: TTSEO. Tussen 18 en 21 weken, bij voorkeur tussen 19 en 20 weken. (20 wekenecho)  (20e_week)

Deze uitgebreide echo wordt rond 20 weken zwangerschap gemaakt en duurt ± 45 minuten. De baby is dan ongeveer 25 cm en weegt 300 gram. Met de 20 wekenecho wordt gecontroleerd of je ongeboren kind ernstige, aangeboren aandoeningen heeft. De echoscopiste bekijkt je baby van top tot teen. Het hoofddoel van de 20 weken echo is kijken of het ruggetje en het schedeltje van je baby gesloten zijn. Daarnaast beoordeelt zij of alle organen goed zijn aangelegd, of alle ledematen goed ontwikkeld zijn, of de baby goed groeit en ook  de ligging van de placenta in de baarmoeder, de navelstreng en het vruchtwater worden beoordeeld.

Wees je er ook nu van bewust, dat deze echo geen garantie biedt op een gezond kind, niet alle afwijkingen kunnen op een echo gezien worden. En er zijn ook afwijkingen die pas later ontstaan.

Als bij jouw ongeboren kindje een lichamelijke aandoening wordt gevonden, zijn de gevolgen voor het kind niet altijd duidelijk. Verder onderzoek zal dan vaak nodig zijn. Sommige aandoeningen zijn zo ernstig dat het kind kan overlijden voor of bij de geboorte. Er zijn ook aandoeningen die beter kunnen worden behandeld als al voor de bevalling bekend is dat de baby deze heeft. De zorg die dan nodig is tijdens de zwangerschap, rond de bevalling en direct daarna kan aangepast worden om zo de beste kansen voor de baby te creëren.  En ook om jullie voor te bereiden op de extra zorg die mogelijk nodig is. Van belang is om te weten dat ook deze echo geen garantie biedt op een gezond kind, niet alle afwijkingen kunnen op een echo gezien worden en er zijn ook afwijkingen die pas later ontstaan.

Als je dat wilt zal de echoscopiste bij de 20 weken echo je het geslacht van je baby vertellen

Het kan zijn dat de echoscopiste bij de 20 weken echo niet alles goed kan beoordelen, bijvoorbeeld door een ongunstige ligging van de baby of door een wat zwaarder postuur van de zwangere. Mogelijk stelt ze dan voor om via een inwendige echo te kijken of om een stukje van de echo te herhalen. Je krijgt hiervoor een nieuwe afspraak op dezelfde dag of op een andere dag.

Voor de folder over de 13- en 20-weken echo klik hier

 

Groei-echo

Tijdens de zwangerschap bepalen we met onze handen en de centimeter de groei van de baby. De groei-echo (meestal pas vanaf 28 weken) geeft ons aanvullende informatie en is vooral bedoeld om een extra maat te krijgen naast onze handen. Die extra informatie helpt ons om in te schatten of het kindje  te weinig groeit of juist te hard. Met groeien bedoelen we niet de lengte, maar het gewicht. We meten het hoofd, de buikomvang en de lengte van het botje van het bovenbeen van het kind. Bovendien kijken we naar de hoeveelheid vruchtwater die rondom het kindje zit en naar de placenta. De metingen worden verwerkt in een groeicurve, deze geeft ook een schatting van het gewicht van het kindje op dat moment. Let wel: dit is een schatting! Vaak doen we meerdere groeiecho’s om te kijken of het kindje de lijn van de curve blijft volgen. Als een kindje in groei achterblijft zal vervolg onderzoek nodig zijn en het zorgplan opnieuw worden afgestemd.

Het standaard aanbieden van twee groeiecho’s aan iedere zwangere (dus als er geen reden voor is) in de laatste drie maanden van de zwangerschap aan vrouwen in zorg bij verloskundigenpraktijken leidt niet tot betere gezondheidsuitkomsten voor de baby. Het is voldoende om groeiecho’s alleen aan te bieden als de verloskundige (of gynaecoloog) hiervoor een medische reden ziet.

Placenta lokalisatie

Een echo placenta lokalisatie wordt verricht als bij de 20 weken echo, of in sommige gevallen bij een latere echo, een placenta is gezien die dicht bíj of óver de baarmoedermond ligt. Met deze echo kan worden gecontroleerd of de placenta nog steeds laag ligt of ver genoeg omhoog is ‘meegegroeid’  met de groei van de baarmoeder.
Een te laag liggende placenta kan een mogelijke belemmering zijn voor een natuurlijke bevalling. Het is belangrijk om dit op tijd te weten.
Eerst wordt met een uitwendige echo gekeken naar de grootte van het kindje, naar de placenta en de hoeveelheid vruchtwater. Er wordt niet meer specifiek gekeken naar orgaanafwijkingen. Daarna volgt een inwendige echo om de baarmoedermond goed in beeld te kunnen brengen. Voor de inwendige echo is een lege blaas nodig. Het kan dus zijn dat de echoscopiste je vraagt om even te gaan plassen. Als de placenta nog steeds laag ligt, dat wil zeggen minder dan 2 cm van de baarmoeder hals verwijderd, of als blijkt dat de groei van de baby achter blijft, dan zal de verloskundige een consult aanvragen bij de gynaecoloog.

Lees meer over een laagliggende_placenta

Liggingsecho

Deze echo wordt meestal rond 35/36 weken gemaakt als we met uitwendig onderzoek van de buik twijfelen aan de ligging. Er wordt gekeken of het kindje met hoofd naar beneden (hoofdligging) of naar boven (stuitligging) ligt. Rond 36 weken liggen de meeste kindjes met het hoofd naar beneden. Tevens doen we weer de metingen die we bij de groeiecho ook doen en bepalen we opnieuw de hoeveelheid vruchtwater. Bij deze termijn is het kindje al behoorlijk groot en zit het hoofd soms al goed ingedaald. Dit maakt het lastiger om mooie beelden van het kindje te laten zien en soms is het dan ook lastiger om de baby goed te meten.

Rond 36 weken liggen de meeste baby’s in hoofdligging en nog 3-4% in stuitligging. Rond 30 weken ligt nog ongeveer 25% van de kinderen in stuitligging.

Lees meer over stuitligging

Wil je meer lezen over hoe je zelf de kans kunt vergroten dat je kindje uit zich zelf alsnog gaat draaien met het hoofd naar beneden? Kijk bij  stuitlig.nl of bij upsidedownbaby.nl